Training

10754853_10204411110611760_459441338_n-1.jpg

Vooraleer de honden in staat zijn tot het leveren van de gevraagde wedstrijdprestaties, moet er getraind worden. Het is noodzakelijk dat er zeer zwaar getraind wordt. De prestigieuze wedstrijden vinden namelijk plaats in en rond de Alpen. Dit landschap is zeer bergachtig en de honden moeten dus capabel zijn om niet alleen zichzelf, maar ook de slede en de musher, kilometers lang in galop om­hoog te trekken. Daar België weinig van het Alpenlandschap wegheeft, moeten we dit compenseren. Dit doe ik door vier tot zes honden voor een quad te spannen. Zo leren ze zich niets aan te trekken van de zware weerstand en worden ze mentaal gehard. Doch het allerbelangrijkste in de sledehondensport is het positivisme! Hoe enthousiaster en positiever de musher is, hoe meer de honden voor hem zullen werken. Een musher werkt niet met teugels, laat staan met een zweep. Dus de honden worden alleen vocaal begeleid. Daar honden gevoelsdieren zijn, is het noodza­kelijk dat alle commando’s op een positieve manier worden gegeven. 

11.jpg

Mushers die te vroeg (tijdens karrenwedstrijden) alles van hun honden vragen, komen tijdens de loodzware beklimmingen in de sneeuw zich­zelf vaak terug tegen. Daarom is het belangrijk een goede coach te zijn voor de honden en zich te houden aan het trainingsschema. Mushers, zoals mezelf, die op de sneeuw graag willen presteren, moeten geduld uitoefenen en de karrenwedstrijden zien als een training voor het team.

1_Foto0013-1.jpg

“De honden moeten lopen voor het ego van de musher. “ Een beeld dat sommige mensen hebben over de sledehondensport. Doch mensen die deze sport beoefenen voor hun eigenbelang, genieten dan ook weinig van een podiumplaats. In de eerste plaats is het be­langrijk dat ‘de hond’ zich goed voelt. Ook ik werk, zoals tegenwoordig de meeste hondenscholen, via een positieve conditionering. Tijdens de maandenlange trainingen wordt de afstand en de snelheid gradueel opgebouwd. Nooit mag men meer vragen van het dier, dan dat het kan geven. Jonge honden lopen bijvoorbeeld van zichzelf de longen uit hun lijf. Als men ze regelmatig tegen de figuurlijke ‘muur’ laat lopen, zullen ze minder gaan presteren. Een hond vindt er niets aan om zichzelf telkens weer op te moeten blazen! Doch vraag ik wel van mijn honden om zich 100% in te zetten. Maar het ver­schil schuilt in een klein hoekje: VERTROUWEN! Als hun coach ga ik positief om met elke hond, met elk opstakel en vooral met me­zelf! Toen ik begon met de sport zei een groot musher me het volgende: “Kennis en gezond verstand... Daar begint het mee!!”

12695738_10207557009737272_1191833274_n-1.jpg